Fragment uit Sneeuwdorp van Niels 't Hooft
 
Iedereen wil wel eens weg. Gewoon even weg. Zo ook Kever, een jongen van zestien die net van school is gestuurd. Op een frisse vrijdag reist hij naar zijn oom in een dorp ver weg, waar de lucht koud is en de mensen warm.
Kever wordt met open armen ontvangen in Sneeuwdorp, er gaat een wereld voor hem open. Zelfs meisjes vinden hem leuk, zeker in vergelijking met Mia, die zo nodig moet zoenen met andere jongens. Als hij na het weekend terug moet gaan, en hij per ongeluk de laatste trein mist, wordt hij door een zware sneeuwstorm overvallen. Die barre omstandigheden dwingen Kever over zijn toekomst na te denken. De wereld mag een schudbol zijn, maar hoe de vlokjes uiteindelijk neerdwarrelen is ook aan hem.
Lees hieronder een fragment.


 


Een jonge held op zoek naar volwassenheid en liefde


Auteur: Niels 't Hooft, kijk ook op www.nielsthooft.com en www.controllerboy.com.
Titel: Sneeuwdorp
Omvang: 232 bladzijden
Prijs: € 16,95
ISBN: 90 214 6735 6


 


Fragment uit Sneeuwdorp
Hoofdstuk 1




Dit is de winter. Er komt damp uit mijn mond als ik adem. De damp verdunt, vermengt zich met de onzichtbare lucht.
Een smeulend peukje. Teken van een echte, levende wereld. Ik kijk naar het perron, de tegels zijn vierkant. Mijn schoenen. Een veter-uiteinde dat loshangt. Dit is waar het allemaal begint.


Mensen vragen mij wel eens: ‘Kever, waar was je toen die Engelse prinses dood ging in haar auto, in een tunnel in Frankrijk?’
Ik zeg dan: ik speelde Super Mario 64, Tick Tock Clock, dat verticale veld waarin je tussen de tandwieltjes van een enorme klok omhoog moet klauteren. Geen gemakkelijk veld. Eentje waarop je dagen moet oefenen voordat je de top bereikt en de gouden ster krijgt waar het je allemaal om te doen was.
De datum: 31 augustus 1997. Ik was nog niet zo lang elf. Ik speelde voor het eerst van mijn leven een spel dat helemaal in 3D was uitgevoerd. Waarin je overal naartoe kunt lopen en alles kunt doen. Met een druk op de knop een achterwaartse salto maken. Op de hoofden van wandelende paddestoelen springen. Je kent dat wel.
Het was zomervakantie. Nog even en ik ging naar de middelbare school. Ik wapende mijzelf door Mario’s sprong te perfectioneren. Achter de tv had ik de touwtjes in handen. De paddestoelenwereld, die begreep ik volledig.


Mensen vragen mij wel eens: ‘Kever, waar was je toen die vliegtuigen twee Amerikaanse flatgebouwen in elkaar lieten tuimelen?’
Ik zeg dan: ik speelde Castlevania op de NES een oud spel. Je bent een vampierenjager in Transsylvanië, Roemenië. Je moet Dracula verslaan. Zijn kasteel is kolossaal en alleen verbeten strijders bereiken de bovenste verdieping. Hoe lang je ook speelt, de rondfladderende Medusa’s blijven lastig. In de mythe is er maar één dame met krioelende slangen als haardos, maar in Castlevania blijven ze maar komen. In de mythe vliegt ze ook niet door een kasteel in Oost-Europa.
Ze deden me niet bijzonder veel, de beelden waarop twee wolkenkrabbers als kaartenhuizen in elkaar zakken. Abstracte rechthoeken, in het echt zoveel groter dan op het tv-scherm. Niets menselijks aan. En dan nog, ik kende al die lui niet die in die flats zaten. Ik ben er nooit geweest, New York. In de oorlog van een of ander Afrikaans land vielen dit jaar drie miljoen dodelijke slachtoffers, toch wel meer dan bij de flatgebouwen. Maar dat leverde geen indrukwekkende beelden op met constructies van metaal en steen die als een waterval in een bergmeertje plonsden. En nee, niemand had mobiel gebeld met die Afrikanen voordat ze stierven.


De beelden van de Roemeense tiran deden me meer dan de flatgebouwen in New York. Je weet wel, de oude man met zijn vrouw die ook niet veel goeds had gedaan in haar leven, die op televisie werden geëxecuteerd. Omdat ze zo gemeen waren geweest, was het volk ook eens gemeen.
Misschien maakten ze zo’n indruk doordat ik de beelden pas veel later zag, toen ik oud genoeg was om zulke gruwel te aanschouwen. Maar ben je daarvoor ooit oud genoeg? Wat ik voelde was: zo ging dat vroeger, toen de wereld nog barbaars was. Toen twee mensen samen oud wilden worden, maar dat niet mochten van de mensen. Op televisie zagen ze eruit als doodsbange bejaarden.
‘Er moet een lopende band komen op de pier in Scheveningen. Alle oudjes moeten op de lopende band, hup, zo de Noordzee in,’ zei mijn opa vroeger. Daarop kwam hij terug toen hij zelf de leeftijd kreeg. Zo zagen Nicolae en Elena Ceaucescu eruit: alsof ze de leeftijd hadden voor de lopende band.
Mensen vragen mij wel eens: ‘Kever, waar was jij op eerste kerstdag 1989?’
Geen idee. Wat doen kinderen als ze een jaar of drie zijn?
Google maar eens naar verhalen over die tijd. Over hoe mensen de wereld gingen veranderen door met een beiteltje in de Berlijnse muur te porren. Ik krijg er tranen van in mijn ogen, misschien omdat ik er niet bij was om in de revolutie te geloven. Ik denk alleen maar: de wereld verandert nooit. Waarom zou hij? Hoogstens verandert de wereld sommige mensen af en toe een beetje.


Mensen vragen mij wel eens: ‘Kever, waar was je toen Pim Fortuyn werd doodgeschoten?’
Ik zeg dan: ik lag te vrijen met Mia. Schokkend. Je zou me zomaar kunnen verwarren met een sociaal iemand, die niet alleen spelletjes speelt op de momenten die het heersende wereldbeeld bepalen.
Nou ja, vrijen. We lagen op bed in haar slaapkamer en haar vader was niet thuis. Zij wilde thee zetten, maar ik wilde kusjes geven. Ik kroop tegen haar aan en gleed met mijn vingers door de donkere lokken van d’r haar, maar ze zei het nog een keer: ‘Ik denk dat ik thee ga zetten.’
Mia’s kamer was best groot, maar donker. Ze had dikke blauwe gordijnen die altijd dicht waren, meerdere kleden op de grond die iedere keer anders lagen en een oversized bed met allerlei kussens. Ook de muren waren blauw, er hingen filmposters. Voor de klerenkast zat een halfopen gordijn. Er hingen jurkjes en rokjes. Weinig broeken.
Ik heb nooit met Mia geneukt, maar ik was er wel een keer bijna, met mijn hand. Ze had een maillot aan en zei: ‘Gelukkig ben ik beschermd.’ Er komen wel eens van die onderzoeken voorbij waaruit blijkt dat de helft van de kinderen het op zijn veertiende voor het eerst heeft gedaan. Toen ik veertien was speelde ik, geen idee, Mario Tennis, Pokémon, Zelda? Ik was met heel andere dingen bezig.
Tot Mia.