Tessa de Loo (1946) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Utrecht en werkte verscheidene jaren in het onderwijs alvorens ze debuteerde met een serie korte verhalen getiteld De meisjes van de suikerwerkfabriek. Het werk kreeg de Anton Wachterprijs en het Gouden Ezelsoor in 1984 en werd een eclatant succes.
Tessa de Loo is vanaf haar debuut een literair schrijfster met een groot publiek geweest. De stijl van haar werk is toegankelijk zonder eendimensionaal te zijn. Haar verhalen, novellen romans zijn vaak geconcentreerd rond een intrigerende antithese.
Macht, machtsrelaties en de last van de geschiedenis zijn belangrijke thema’s in het werk van Tessa de Loo. In De meisjes van de suikerwerkfabriek strippen vier jonge vrouwen een treinconducteur letterlijk de kleren van het lijf. Liefde en macht zijn tevens de hoofdthema’s in de roman Meander, waarin de opkomst en ondergang van een alternatieve samenleving in Zeeland, begin jaren zeventig, accuraat zijn beschreven. En ook in de novellen Het rookoffer en in Isabelle neemt deze thematiek een prominente plaats in. Haar roman De tweeling, die Tessa de Loo’s internationale doorbraak betekende, laat zien hoe het verleden kan doorwerken in de levens van mensen. Het is het verhaal van de tweeling Anne en Lotte die in hun kindertijd – tussen de twee wereldoorlogen – van elkaar gescheiden worden. Een groeit op in Nederland, de ander in Duitsland. Na zeventig jaar ontmoeten ze elkaar, als bejaarde vrouwen, bij toeval in het Thermaal Instituut van het fameuze kuuroord Spa. De verhollandste Lotte, die tijdens de oorlog joodse onderduikers heeft beschermd, staat aanvankelijk uiterst wantrouwig tegenover haar hervonden tweelingzus, maar ze wordt door de verhalen van Anna geconfronteerd met de keerzijde van haar eigen werkelijkheid: het lijden van gewone Duitsers in oorlogstijd. De tweeling werd bekroond met de Otto von der Gablentzprijs en de Trouw Publieksprijs en is een van de grootste naoorlogse successen in de Nederlandse literatuur. Meer dan 6000.000 exemplaren zijn er intussen verkocht van dit boek. Ook in Duitsland (meer dan 250.000 exemplaren) en Engeland (40.000 exemplaren) werd de roman een bestseller. Vertaalrechten werden daarnaast aan vele andere landen verkocht. De roman is door Ben Sombogaart bewerkt tot een zeer succesvolle speelfilm.
Na De tweeling publiceerde De Loo het omvangrijke reisboek Een varken in het paleis, waarin de schrijfster, in het voetspoor van de haar geliefde lord Byron, dwars door Epiros en Zuid-Albanië reist over de oorspronkelijke paden door de bergen, te voet en te paard.
Een bed in de hemel gaat opnieuw over de doorwerking van het verleden (ook hier het oorlogsverleden) in de tegenwoordige tijd. De van origine Hongaarse schilderijenrestauratrice Kata Rózsavölgyi gaat in de herfst van 1995 naar Boedapest om haar vader te begraven en laat in de nacht die daarop volgt, liggend in bed aan de zijde van haar broer, haar woelige verleden de revue passeren.
Najaar 2004 verscheen haar tot dusverre jongste roman De zoon uit Spanje. Ook in dit familiedrama rond een stervende vader draait alles om de vraag in hoeverre gebeurtenissen uit het verleden doorwerken in het heden. De kinderen van de stervende vader, een gepensioneerde leraar klassieke talen, willen van zijn laatste verjaardag een onvergetelijk familiefeest maken. Dat is niet eenvoudig, want een van hen, Bardo, is vijfentwintig jaar geleden door zijn vader het huis uitgezet en nooit meer teruggekeerd.