Auteursspecial
Annejet van der Zijl - Bibliografie
Annabewaren / bestellen
Iedereen kent Annie M.G. Schmidt, misschien wel de populairste Nederlandse schrijster aller tijden. Maar wie kende haar nu eigenlijk echt? Dat wat men over haar weet, is wat ze er zelf over kwijt wilde: het sprookje van de verlegen bibliothecaresse die min of meer per ongeluk een gevierd schrijfster werd. Maar Anna laat zien hoe de schrijfster haar leven keer op keer in eigen hand nam, en de geschiedenis ervan mystificeerde en zelfs verzon.




Een nieuw leven
Men wordt moeder... Ik zal niet zeggen helemaal van zelf, maar toch, het komt over ons zoals de mazelen: op een dag wordt men wakker en zegt, kijk eens aan, nu ben ik moeder. [...] Ik was met geen pook achter de kinderwagen te krijgen. Een kinderwagen duwen betekent immers het toppunt van gezapigheid, een breisteekgevoel. [...] … langzamerhand begin ik te begrijpen hoe belangrijk een kinderwagen is. Hier in dit Vondelpark wordt een soort babyrallye gehouden. [...] Maar och, voorlopig is het zo ook goed. Kinderwagenmoeder zijn met een siersprei onder de herfstzon.

Zus
Uitgelachen worden was […] mijn lot op school. Mijn matrozenkraagje, mijn leren laarsjes, mijn verkeerde uitspraak van het Zeeuws met een brouwende rrrr, dat alles was anders en dus gek en dus lachwekkend. Groos was ik, zeiden ze. Groos (groots), het Zeeuwse woord voor trots. Groos werd ik gevonden, hoezeer ik me ook in bochten wrong en hoezeer ik me ook vernederde om toch maar net zo te zijn als zij, het hielp geen zier.

Berkelse jaren
Ik was in die tijd diep gelukkig. Ik had eindelijk een lieve man, met wie ik dertig jaar geleefd heb, een kind en lekker werk met een goed inkomen. Voor mij waren die burgerlijke jaren vijftig juist een prettige tijd.

De taxi naar huis
Ik ben een soort prinses Margriet geworden, zo voel ik dat. Iemand die linten doorknipt en bij officiële openingen erbij wordt gehaald. [...] Het is meer een gekend en geliefd-zijn. […] Er is een glazenwasser die ‘dag oma Annie’ naar me roept, maar dat vind ik leuke dingen. Het heeft me nooit benauwd of bekneld. Het is een huiselijke roem. Het is gezellig. […]
Maar ‘Ha fijn, ik ga schrijven’, heb ik niet meer. En dat is wel nodig. Maar goed, mag het? Ik ben nu 82. Wat er mooi is aan de ouderdom is dat je niets meer hoeft. Dat vind ik echt een zegen, heerlijk.


Van de biografie zijn tot op heden al meer dan 65.000 exemplaren verkocht. Het boek was genomineerd voor de Gouden Uil 2003 en won de Zeeuwse Boekenprijs 2003. In maart 2004 verscheen een paperback-editie van het boek, winkelprijs € 15,00. De plannen voor een verfilming zijn in een vergevorderd stadium.


Jagtlustbewaren / bestellen
<b>Omslag van de eerste druk van <i>Jagtlust</i> bij Meulenhoff</b>
Omslag van de eerste druk van Jagtlust bij Meulenhoff
Inhoud
Er was een verlaten, romantische villa, en er was een al even mooie vrouw. Vanaf de vroege lente van 1954 groeide deze combinatie uit tot een literaire mythe. Talloze schrijvers en kunstenaars - onder wie Remco Campert, Gerard Reve, Peter Vos en Cees Nooteboom - raakten in de ban van de betoverende Fritzi ten Harmsen van der Beek en haar vrijplaats in het Gooi. Hier vonden ze alles wat in het aangeharkte Nederland van die jaren nog taboe was: tomeloze passies, ongebreidelde creativiteit en experimenten met vrije seks, drugs en alcohol. 'Je stampte met je voet op de grond en het was feest,' aldus Campert. Maar ook aan dit feest kwam een eind toen bleek dat niet iedereen welgevaren was bij de prachtige chaos die Jagtlust heette.


<b>Omslag van de nu leverbare editie</b>
Omslag van de nu leverbare editie
Proloog Jagtlust
In de vroege lente van 1954 dwaalde een jonge vrouw door een leeg huis. Het was een mooi, oud buiten met zalen van kamers, parketvloeren en een statige hal, waar door de ramen een plens licht naar binnen viel. Openslaande deuren leidden naar een parkachtige tuin, met een vijver en eeuwenoude beuken waarover het groene waas van net uitgekomen knoppen hing.
Maar hoe romantisch ook, het huis was afgedankt. Het parket was dof, de ramen vies, de tuin verwilderd. Niemand wilde het gebouw meer hebben en er was sprake van dat het gesloopt zou worden.
De vrouw was ook mooi, en behept met net zo’n onevenwichtige combinatie van chic, geldgebrek en verlatenheid als het huis. Zij en haar kind dreigden dakloos te worden en ze was op zoek naar woonruimte. ‘Het was een oude kast, waar niemand meer in wilde,’ zou ze later zeggen. ‘Op een dag ga ik erin, zoals kinderen in legen huizen gaan: overal gaan kijken, altijd zie je daar vieze wc’s waar een gele ondoorgespoelde drol in ligt, dat je denkt: bah, wat een vies huis. Maar mooi dat het was: een wolk van een groene tuin eromheen en overal balkons en uitbouwtjes,’


Op dat moment begon de geschiedenis van een huis dat een mythe werd. Tussen 1954 en 1971 verhieven kunstenaars, bohémiens en verwende rijkeluiskinderen het tot een kleurige enclave in het saaie, grauwe Nederland van na de oorlog, en tot een van de meest tot de verbeelding sprekende voetnoten in de vaderlandse cultuurgeschiedenis. Het was een buitenplaats in alle betekenissen van het woord, een vrijstaatje waar Luceberts ‘ruimte van het volledig leven’ tot in de verste hoeken werd verkend. En zo werd hier, onbewust en onbedoeld, de aanzet gegeven tot de ontwikkelingen die burgerfatsoenlijk Nederland na 1968 voorgoed een ander aanzicht gaven.


Zoals het een mythe betaamt is het oorspronkelijke onderwerp ervan allang verdwenen. Maar er zijn – nog – genoeg sporen: in romans, fotoalbums, dichtbundels en archieven, en niet in de laatste plaats in de geheugens van de nog levende ooggetuigen. Vaak zijn het niet meer dan flarden, details; een anekdote hier en daar. Gepolijst door de tijd hebben de herinneringen een ondertoon van triestheid gekregen, om waar het allemaal op uitgelopen is.
Het is een wirwar van vaak hoogstpersoonlijke geschiedenissen, op allerlei manieren met elkaar vervlochten en weer van elkaar losgeraakt. Maar ze hebben één ding gemeen, en dat was dat huis. Dat grote witte herenhuis dat daar dromerig stond uit te kijken over het Hollandse weidelandschap: Jagtlust.

Stemmen over Jagtlust
· Jan Vrijman: ‘Jagtlust was een centrum van artistieke bedrijvigheid en een broedplaats van alles wat later in de jaren zestig en zeventig op veel grotere schaal gebeurde.’
· Remco Campert: ‘Vergane glorie van een Evelyn Waugh-achtige allure. Ik ben daar enige tijd heel erg gelukkig geweest.’
· Theo Sontrop: ‘Een winddoorblazen puinhoop waar ik tien jaar heb gewoond – ’s zomers een paradijs, ’s winters een hel.’
· Gerard Reve: ‘Statig en vervallen als altijd en meer dan ooit gelijkenis vertonend met huis en erve op Chas Addams zijn cartoons.’
· Cees Nooteboom: ‘Een huis dat paste bij Le Grand Meaulnes en Othes Voices, Other Rooms, en dat, net als de bewoonster, je inspon door zijn vreemdheid.’


Sonny Boy (paperback)bewaren / bestellen
Sonny Boy (gebonden)bewaren / bestellen
Inhoud
In de herfst van 1928 zien Waldemar Nods en Rika van der Lans elkaar voor de eerste maal. Het is een ontmoeting tussen twee werelden: hij is zwart, zij blank; hij nog geen twintig, zij al bijna veertig; hij is een student uit het exitisch Suriname, zij is oer-Hollands, getrouwd en moeder van vier kinderen. Als kort daarop blijkt dat zij zwanger is van haar zwarte kostganger is het schandaal niet te overzien.
De prijs is hoog: Rika verliest haar kinderen, Waldemar zijn geliefde vaderland. Toch weten ze middenin de crisistijd een voorspoedig bestaan op te bouwen met elkaar en hun zoon Waldy, hun eigen 'Sonny Boy'. Dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Terwijl zijn grootmoeder die zich ooit ontworstelde aan haar joodse slavenhouder, wagen Waldemar en Rika nu hun leven om joden te redden - met alle consequenties van dien.
Sonny Boy is, om met de historicus Sebastian Haffner te spreken, 'het verhaal van een wonderlijk leven onder wonderlijke omstandigheden'. Het voert de lezer langs enkele van de meest fascinerende episodes van de westerse geschiedenis - van een dromerige katoenplantage in koloniaal Suriname en het Gouden Paramaribo tot de verschrikkelijke laatste oorlogsmaanden in het noorden van Duitsland. Maar bovenal is het de ontroerende en Hartverscheurende geschiedenis van een onmogelijke liefde die toch kon.

Sonny Boy in Suriname als SuriBoek verkrijgbaar
Sonny Boy in Suriname als SuriBoek verkrijgbaar