Informatie en tips voor wie een manuscript wil insturen naar een literaire uitgeverij.door Lidewijde Paris
Wanneer iemand van 25 jaar op een ochtend wakker wordt en zegt: "Ik wil prima ballerina worden", dan zullen haar vrienden zeggen: "Daar had je dan wel wat eerder mee moeten beginnen." Kortom: Iedereen vindt het vanzelfsprekend dat je voor sommige topprestaties vroeg moet beginnen, hard moet werken, veel moet laten en dat het dan nog maar de vraag is of je die top haalt. Als iemand aangeeft schrijver te willen worden, zal niemand meteen protesteren. Iedereen kan schrijver worden, je moet alleen iets te vertellen hebben. Dat is vaak de algemene opinie. Een soort American dream. Diegenen die al eens een manuscript naar een uitgeverij hebben opgestuurd zullen weten dat het zo simpel niet ligt.
Dit deel van de website is niet bedoeld om chagrijnig af te geven op al die mensen die graag hun boek gepubliceerd willen zien, maar om informatie te geven en een handreiking te zijn:
Wat gebeurt er met zo'n manuscript op een uitgeverij?
Waarom gaat meer dan 99% van die manuscripten weer terug naar de afzender?
En tenslotte: concrete tips: "do's & don't's" van het manuscripten insturen.
De weg van het manuscript binnen de uitgeverij
Bij de grote literaire uitgeverijen van Nederland komen elke dag twee tot vijf manuscripten binnen. Bijna elke uitgeverij gaat daar anders mee om, maar geen een uitgeverij doet er helemaal niets mee. Ze worden altijd door iemand bekeken, of dat nu de uitgever zelf is of een secretaresse, dat heb je niet voor het zeggen.
In de meeste gevallen worden de manuscripten ingeschreven - in een boek, of in een computersysteem - voor er een eerste selectie plaatsvindt. Manuscripten zijn dan altijd te traceren: wanneer zijn ze binnengekomen, is er een ontvangstbrief gestuurd, wanneer ging het terug? Een van de redacteuren of een externe lezer maakt de eerste keus wat meteen terugkan: veel manuscripten hebben een genre die de uitgeverij niet uitgeeft en worden dus tevergeefs gestuurd: kinderboeken naar een volwassenenfonds, science fiction naar een literaire uitgeverij, poëzie naar een commerciële uitgeverij die alleen vertalingen uitgeeft. Soms worden ze binnen het concern doorgestuurd, meestal gaan ze meteen terug.
Na deze eerste selectie, wordt er echt gelezen. Door de uitgever, een redacteur of een externe lezer die de uitgeverij adviseert. Ook hier vallen in rap tempo manuscripten af. Vaak is al aan een paar alinea's te zien of het een goed boek gaat worden, of een boek voor de betreffende uitgeverij. Pas als een redacteur twijfelt of juist enthousiast is leest een collega mee. In alle andere gevallen: return to sender. Hieronder wordt toegelicht op grond waarvan zo snel beoordeeld kan worden waarom een manuscript niet goed is.
Is de uitgeverij enthousiast, dan wordt er een afspraak gemaakt met de schrijver-in-spe. In bijna alle gevallen zal de uitgeverij adviezen voor verbetering van het boek aandragen. Ook beroemde auteurs worden in hun schrijven begeleid en krijgen kritiek op de eerste versie van hun manuscripten, daar zijn de redacteuren per slot van rekening voor. Als de schrijver-in-spe aan zijn boek wil werken wordt er meestal eerst een volgende versie afgewacht alvorens hem of haar een contract wordt aangeboden. Dit gaat uiteraard allemaal in onderling overleg.
Is er eenmaal een contract dan kan de schrijver zich eigenlijk al een echte schrijver voelen en noemen. Dan gaat er aan de verwerkelijking van de droom gewerkt worden: het maken van zijn boek.
Waarom worden zoveel manuscripten afgewezen?
Er wordt altijd gezegd: van alle manuscripten die op de uitgeverij binnenkomen gaat 99,99% weer terug. Het getal zal niet zo hoog zijn, maar het komt er dicht in de buurt. Er zijn gevallen bekend van later beroemd geworden auteurs die 'uit de post' gehaald zijn, of eerst jaren zijn afgewezen en toen topauteurs zijn geworden. Erg talrijk zijn die verhalen niet. Daardoor moet je je niet laten ontmoedigen: het komt voor, dus waarom zou jij dat niet kunnen zijn?
Wat regelmatig opvalt bij het lezen van een ingezonden manuscript is dat een schrijver niet wil schrijven, maar schrijver wil zijn: er zit al een heel plan bij van eisen voor omslagen en promotie. Dat zijn twee verschillende dingen. Je kunt geen schrijver worden, zonder een boek te hebben geschreven. Het klinkt als een enorme open deur, toch wordt aan deze essentiële gedachte nog al eens voorbijgegaan.
Wat zijn de meest voorkomende tekortkomingen van de ingestuurde manuscripten:
Er wordt alles aan gedaan om het boek spannend te maken. Literair spannend of thriller spannend. Alles wat er staat is op de plot gericht, het verhaal wordt ingewikkeld gemaakt en vele clous worden gegeven. Dat een boek onderhoudend moet zijn en niet alleen een skelet moet hebben maar ook vlees aan de botten, wordt vergeten.
De taal is 'gewild literair'. De schrijver gaat literatuur schrijven en dat zal de lezer weten. Woorden als echter, tevens, nochtans, thans, derhalve, wier en tegenwoordig deelwoord constructies (hierover napeinzend, terugdeinzend voor angstige gedachten) vliegen je om de oren. Bombastische metaforen volgen elkaar in rap tempo op en de ene ingewikkelde zinsconstructie volgt op de andere. Tenslotte valt de schrijver terug op clichés (plotsklaps voelde ze een rilling over haar rug gaan; Het was een onheilspellend donkere lucht; Dit kon niet lang goed gaan, wist ze; Had ze haar sleutels niet op de keukentafel gelegd?). Schrijven is je onderscheiden: niet alleen in het verhaal dat je vertelt, ook in de taal die je gebruikt.
In veel manuscripten zit geen humor of wordt niet gerelativeerd. De hoofdpersoon wordt uiterst serieus genomen en doet het altijd goed of altijd fout. Hij wordt daardoor niet een personage van vlees en bloed. Al zijn gedachten, overpeinzingen en de motivatie achter zijn handelingen worden beschreven, zodat er niets aan de verbeelding van de lezer wordt overgelaten. Juist door dingen niet allemaal uit te leggen kun je een zekere spanning oproepen.
Sommige verhalen vliegen de wereld over: naar Goeroes in India, naar de toppen van de Andes, naar de diepe binnenlanden van Afrika. Vaak komen de beschrijvingen niet verder dan een reclamefoldertekst of een vakantieverslag en is de achtergrond niet functioneel. Is een verhaal over overspel spannender als het zich in een cliché-Bali afspeelt of is het al genoeg als het bij de buren of tegenover het kantoor van de hoofdpersoon gebeurt, zodat hij zichzelf betrapt op voyeurisme (terwijl hij toch zo netjes is?).
Geweld en sex: dat moet, vinden veel schrijvers. Zoals veel filmers denken: zonder sex-scène, geen goede film, zo zullen veel schrijvers denken: zonder sex geen literatuur. Hoeveel jonge lezers zullen niet een als erotisch bekend staan boek hebben gelezen zonder er ook maar een expliciete sexscène in te vinden? Net als in de film kun je in een boek, dit soort belangrijke passages (die erg moeilijk zijn om te schrijven) overslaan: eind van de scène, slaapkamerdeur gaat dicht; volgende scène, deur gaat weer open. De sex zit dan in het hoofd van de lezer.
Donna Tartt gaf in een interview toe dat ze haar bestseller The Secret History (De verborgen geschiedenis) heel anders had willen structuren: heen en weer springend door de tijd vanuit verschillende perspectieven, maar dat ze daar niet uit is gekomen. Uiteindelijk koos ze voor een 'truc' zoals ze het zelf noemde: Het boek begint met het vaststellen dat er een moord is gepleegd, de lezer weet nog niet door wie. Het grootste gedeelte van het boek gaat dan terug in de tijd en geeft de geschiedenis totaan de moord. De lezer weet dus al dat het allemaal naar een moord toe zal gaan en leest met rode oortjes. Dit is een 'makkelijke' aanpak om een lineair (strikt chronologisch) verhaal te vermijden. Een en toen en toen en toen boek gaat vaak vervelen, zeker als alles helemaal wordt verteld.
Een gevoelig punt zijn de 100% auto-biografische boeken, vaak met een tragische inhoud: een zuster aan kanker overleden, een vader die zijn kinderen mishandeld heeft, een moeder die een kind heeft verloren, om een paar voorbeelden te geven. Hoe hard het ook klinkt: vaak zijn die verhalen te privé om voor een breder publiek geschikt te zijn. Ze zijn vaak als dagboek geschreven en er komen allerlei namen en verwijzingen naar vroegere gebeurtenissen in voor die de lezer niks zeggen: immers hij is geen naaste familie, geen vriend en weet dus niets van wat er is gebeurd. Hier is belangrijk: neem afstand tot het eigen verhaal en kijk of het meer is dan een tragisch feitenrelaas, met verwijten en woede en stel de vraag: wat kan een ander hiermee en waarom moet dit verhaal de wereld in? Het beoordelen van eigen werk is een van de moeilijkste dingen die er zijn. Je eigen tragedie beoordelen is nog moeilijker: laat het eerst een tijd liggen of vraag het aan een kennis die genoeg van de situatie weet om het verhaal te begrijpen en genoeg afstand heeft om het voor de buitenwereld te bekijken.
In bovenstaande punten kwam al vaak de lezer aan de orde. Hoe gek het misschien mag klinken: in elk boek speelt de lezer een wezenlijke rol. De schrijver moet zich van een lezer bewust zijn en spelen met zijn aandacht. Waarom is een boek spannend? Omdat een schrijver maar stukje bij beetje prijsgeeft hoe de vork in de steel zit. Waarom is een boek romantisch? Omdat een van de personages verliefd is op een ander personage en het nog niet meteen duidelijk is of het wat gaat worden. Dit spel met de lezer geldt op alle niveaus: structureel, in de taal, maar ook in de humor, in het relativeren, in de keuze van het perspectief en zo voort. Leg dus niet teveel uit, verklaar geen grapjes. Onderschat de lezer niet: hij heeft alle tijd om nog eens een paar bladzijden terug te bladeren en zal vragen lang bij zich houden omdat hij anticipeert op een antwoord of oplossing in de rest van het boek. Als de schrijver niet geïnteresseerd is in de lezer, waarom zou de lezer dan in de schrijver geïnteresseerd moeten zijn?
Praktische tips
Wat moet je nu wel en wat moet je nu niet doen als je een manuscript instuurt:
NIET
1. Stuur nooit uitsluitend een flop op. Een uitgeverij krijgt vele manuscripten per dag en kan onmogelijk alles gaan printen, bovendien verspreiden zich vaak virussen via ongevraagde flops.
2.Lever nooit je manuscript af bij een uitgeverij met de mededeling dat er meteen iemand naar moet kijken terwijl je wacht, dat je beroemd bent etc. Eén keer vindt een uitgever dat nog wel leuk, maar helaas gingen al velen je voor.
3.Lever geen helemaal in elkaar geplakte of gebonden manuscripten in. Als je door de selectie komt en er moet worden meegelezen, kan het moeilijk worden gekopieerd.
4. Meestal ontvang je eerst een ontvangstbevestiging met de mededeling hoe lang de beoordeling gaat duren, ga niet meteen na de eerste week bellen.
5. Je onderscheiden is goed, maar meteen een promotieplan, omslag, affiche, dicterend meesturen, werkt averechts.
6. Stel je coöperatief op: zeg niet bij voorbaat dat er niets aan het boek veranderd mag worden. Uitgevers hebben het beste met je voor: ook zij leven van de verkoop.
7. Stuur niet uitsluitend een samenvatting of een outline/plot van een verhaal op: literatuur is meer dan een plot alleen. Doe er een aantal hoofdstukken bij.
8. Stuur niet je manuscript naar 20 uitgeverijen tegelijk. Het wachten duurt lang en het lijkt efficiënt, maar naar wie moet je als ze je alle 20 afwijzen? Als je een te weinig vindt, stuur het dan naar twee of drie uitgeverijen en kijk wat voor kritiek je krijgt. Doe met die kritiek je voordeel voor je het opnieuw naar een ander instuurt. Als een uitgeverij je uitgebreid commentaar stuurt, zijn ze dus serieus met je manuscript bezig geweest, schroom dan niet om weer je verbeterde/herschreven manuscript in te sturen naar dezelfde uitgeverij met verwijzing naar hun brief.
WEL
1 Zet duidelijk je naam en adres op envelop, brief en manuscript.
2. Stuur een brief mee waarin je uitlegt: Wie je bent, waarom je schrijft, en waarom je dit manuscript naar deze uitgeverij hebt gestuurd.
3. Als je het hele manuscript instuurt en niet een paar hoofdstukken: geef dan een samenvatting van het verhaal of zeg welke passages een goed beeld van het boek kunnen geven. De uitgeverij kan dan sneller beoordelen of er redacteuren moeten meelezen.
4 Stuur je manuscript naar een uitgeverij waarmee je affiniteit hebt: waarvan je de boeken kent en leest. Meestal is dat de uitgeverij waar jij je als schrijver goed zult voelen. Laat je niet afschrikken door grote namen.
5. Sluit altijd retourporto bij (liefst op een aan jou geadresseerde envelop) of laat weten dat je het materiaal na afwijzing niet retour hoeft. Geen uitgeverij heeft ooit een afgewezen manuscript stiekem toch uitgegeven.
6. Stuur eenzijdig geprinte, losse vellen A4 met de tekst in een regelafstand 1.5 of 2.
7. Mocht je naar diverse uitgeverijen hebben ingestuurd en heeft één je een contract aangeboden: laat dit de andere uitgeverijen dan weten.
8. Geloof in jezelf, maar luister naar goede raad.