Edward van de Vendel is op 1 augustus 1964 in Leerdam geboren. Als oudste van drie kinderen groeide hij op in een echt onderwijsgezin: zijn vader was hoofd van een christelijke basisschool en zijn moeder was kleuterjuf. Na de middelbare school in Culemborg, waar hij lid was van het schoolcabaret en liedjes ging schrijven, studeerde hij aan de Pedagogische Academie en richtte hij samen met anderen een eigen school op in Heemstede. Vier jaar lang was hij daar directeur, toen wilde hij zelf weer voor de klas en ging hij lesgeven op een school in De Groeve.Van de Vendel woont nu in Rotterdam. Hij geeft gastcolleges op de Hogeschool van de Kunsten in Utrecht, geeft lezingen over zijn eigen werk en hij schrijft: gedichten, toneel, jeugdromans en non-fictie. Zijn eerste gedichten schreef hij tijdens zijn studie. Hij publiceerde ze in de Blauw Geruite Kiel, de jeugdbijlage van Vrij Nederland. In 1996 verscheen zijn eerste bundel, Betrap me. Voor Gijsbrecht, de bewerking van het drama van Vondel uit 1601, ontving hij in 1999 de Gouden Zoen en ook zijn eerste jongerenroman, De dagen van de bluegrassliefde, werd bekroond met de Gouden Zoen. Dom konijn werd in 2001 bekroond met een Zilveren Griffel. Bekijk de website van Edward van de Vendel: www.edwardvandevendel.com of stuur hem een e-mail: postmaster@edwardvandevendel.com
Edward van de Vendel over zichzelf: We woonden in een dorpje in de Betuwe. Ik was tien. Elke zaterdag fietste ik tussen bloesembomen door, de lange smalle Appeldijk over naar mijn vriend Goos. Hij woonde in een huisje aan het spoor. We speelden met zijn plastic fort, we schoten met de windbuks op verkeersborden, we bouwden aan een geheime hut. Thuis had ik een zwarte typemachine. Hij stond op een bureautje op de overloop. De overloop bevond zich tussen twee trappen, halverwege hoog en laag, halverwege boven en beneden. Daar zat ik graag. Ik typte lijstjes. Voetbalclubs. Wilde dieren. Verre landen. Beroemde mensen ("Mam, is Doris Day ook erg beroemd?") Ik las niet veel. Behalve het Kameleonboek, waarin Hielke en Sietse zeven koeien redden van de verdrinkingsdood, had de bibliobus weinig interessants. Op school stonden oude boeken: bruin gekaft en streng ingedeeld naar leeftijd. Nee, ik las niet veel. Dat heb ik later ingehaald: Guus Kuijer, Betsy Byars, Ivan Southall. Ik werd onderwijzer op een basisschool. Toen kon ik voorlezen! Paul Biegel, Els Pelgrom, Wim Hofman, Astrid Lindgren! Ik begon zelf te schrijven - lijstjes, maar dan anders. Gedichtjes. De kinderrubriek van Vrij Nederland wilde ze wel hebben. En weer wat later vond uitgeverij Querido ze mooi genoeg om in een boek te zetten. Sindsdien wilde ik meer schrijven, meer boeken maken, dus is dit nu wat ik het liefste doe. Gedichten schrijven, en verhalen. Over vuur, over de zee, over vechten, over zoenen, over badminton en over bandrecorders. Over ingeslikte krijtjes en superguppies. En misschien, ooit nog eens, over Goos. © Foto: Chris van Houts
|
 |
|