|
Toon Tellegen werd op 18 november 1941 in Den Briel (Brielle) geboren. Zijn vader was huisarts en Toon zelf studeerde medicijnen in Utrecht. In 1970 vertrok hij naar Kenia, waar hij drie jaar in een ziekenhuis in het gebied van de Maasai werkte. Daarna vestigde hij zich als huisarts in Amsterdam. In 1980 verscheen zijn eerste boek: De zin van een liguster, een dichtbundel voor volwassenen. Zijn eerste bundel kinderverhalen, Er ging geen dag voorbij, werd gepubliceerd in 1984. Het waren verhalen die Toon elke avond voor het slapengaan aan zijn dochter vertelde. Toen ze daar te oud voor werd, is hij ze gaan opschrijven, iedere avond één. Met zijn verhalen over de eekhoorn, de mier en alle andere dieren kreeg hij niet alleen bekendheid bij ons, maar ook in Frankrijk, Italië, Spanje, Duitsland, Zweden, Tsjechië, China, Rusland, Polen, Finland en nog veel meer landen. De kinderboeken van Toon Tellegen zijn veel bekroond. Toen niemand iets te doen had kreeg in 1988 de Gouden Griffel, net als Bijna iedereen kon omvallen in 1994. Ook kreeg hij twee Zilveren Griffels: in 1990 voor Langzaam, zo snel als zij konden en in 1997 voor Teunis. Juffrouw Kachel werd in 1991 bekroond met de Woutertje Pieterse Prijs, in 1994 kreeg hij die prijs ook voor Bijna iedereen kon omvallen. In 2000 won Toon met De genezing van de krekel de Gouden Uil. Zijn hele oeuvre werd in 1997 bekroond met de Theo Thijssenprijs. In 2005 verscheen Pikkuhenki, een 'Russisch sprookje' dat schitterend is geïllustreerd door Marit Törnqvist. Toon Tellegen woont en werkt nog steeds in Amsterdam, en werd in 2003 voor het eerst grootvader.
|
 |
|