Held van het labyrint
 



Auteur(s): Imme Dros
Uitvoering: Paperback, 96 bladzijden
ISBN: 90 451 0071 1
Normale prijs: € 12.50
Uitgeverij: Querido
 
  Held van het labyrint is deel vijf van wat een standaardwerk der Griekse mythologie aan het worden is. Imme Dros werd dit najaar geëerd met een grote tentoonstelling in het Letterkundig Museum, waar ruim aandacht werd geschonken aan haar bewerkingen van Homeros en van de Griekse mythen.

Dros weet ons steeds weer te overtuigen en mee te slepen met haar sprankelende ritmische hervertelling van de oude mythen. Deze keer gaat het om een heel kluwen van namen die ons op de een of andere manier bekend in de oren klinken, namen die een gezicht krijgen, een leven, een noodlot.
Zo is er Ariadne. Met haar hulp (de list van de draad) weet Theseus uit de oerversie van het labyrint te ontsnappen. Dat labyrint waar haar halfbroer, de meelijwekkende stiermens Minotaurus zit opgesloten. Ariadne geeft zich met hart en ziel aan Theseus, maar wordt lafhartig door hem achtergelaten op het eiland Naxos
Zo is er de bouwer van dat beruchte labyrint, de uitvinder-architect Daidalos, en zijn zoon Ikaros, die in een regen van smeltende was en loslatende veren uit het hemelruim stort omdat hij de zon te dicht nadert.
En zo is er Faidra, Ariadne's zuster, in een liefdeloos verstandshuwelijk als derde vrouw aan Theseus gebonden. Faidra die haar hartstocht voor haar stiefzoon Hippolytos niet overleeft.
Theseus de staatsman en held, de onverzadigbare vrouwenverslinder, komt roemloos aan zijn einde, een spoor van dood en tragiek achterlatend. Toch heeft de geschiedenis hem op een voetstuk gezet - want het menselijk brein blijft ondoorgrondelijk. En Imme Dros heeft samengespannen met de voortdurend bedisselende en harrewarrende goden en voor hem, in haar krachtige, ritmische taal, opnieuw een monument opgericht.

De sporen van deze mythen vinden we overal in onze cultuur terug: in de opera Ariadne auf Naxos van Richard Strauss, in het toneelstuk Fèdre van Racine, in het beroemde schilderij van Brueghel De val van Icarus.


Zo, als wanneer in de zomer een krekel alleen maar blijft zingen
zonder te denken aan de komende winter: wie dan leeft,
dan zorgt - en de voorzichtige mieren weten wel beter! -
zo zal een arrogante jongere niet kunnen denken
aan de gevolgen van roekeloosheid. Wat ouderen zeggen
slaat niet op hém, wat zij zijn dat zal hij toch nooit worden,
hij is onsterfelijk, hij is almachtig en hij is eeuwig.