|
Anna Enquist (1945) studeerde piano en psychologie. Ze was lange tijd als docente verbonden aan het Sweelinckconservatorium en werkte in de periode 1988-2000 als psychoanalytica aan een instituut in Amsterdam. Daar deed zij analyses en therapieën en gaf zij cursussen aan verschillende opleidingen. Anna Enquist debuteerde in 1988 met enkele gedichten in het literaire tijdschrift Maatstaf. Voor die tijd was ze nauwelijks geïnteresseerd in poëzie. De in Maatstaf gepubliceerde gedichten waren ook de enige die zij toen geschreven had. Drie jaar later had zij er wel voldoende geschreven om een bundel samen te stellen: 'Soldatenliederen' (1991). Ze werd direct erkend als een dichteres met een heel eigen stem. De bundel werd uitstekend verkocht en was binnen twee maanden aan een tweede druk toe. Men sprak van "het opvallendste debuut van de afgelopen jaren". Ed Leeflang schreef over 'Soldatenliederen': "Het zijn de toon, het elan en de scherpzinnigheid van deze bundel die je onmiddellijk het gevoel geven dat de verschijning van 'Soldatenliederen' een gebeurtenis is." De bundel werd bekroond met de C. Buddingh'-prijs. In 1993 en 1994 verschenen achtereenvolgens 'Jachtscènes' en 'Een nieuw afscheid'. Ook deze bundels werden overwegend goed besproken en beleefden herdruk op herdruk. 'Jachtscènes' werd onderscheiden met de Van der Hoogtprijs. In 1994 verscheen Enquists eerste roman, het lijvige 'Het meesterstuk'. Het boek kwam snel in de Boekentop-10's terecht en werd bekroond met de Dordtse Debutantenprijs. In 1996 publiceerde Enquist een nieuwe bundel gedichten: 'Klaarlichte dag'. Een jaar later verscheen ook haar tweede roman 'Het geheim'. Hiermee won zij in 1997 de Trouw Publieksprijs. In het voorjaar van 1999 verscheen onder de titel 'De kwetsuur' Anna Enquists eerste verhalenbundel.
In 'De gedichten 1991-2000' (2000) werden de eerder verschenen gedichten gebundeld. Een nieuwe bundel verscheen in de 2000 onder de titel 'De tweede helft'. De titel geeft uitdrukking aan het besef dat het midden van de levensweg weliswaar gepasseerd is, maar dat men zich bij deze constatering niet in berusting hoeft neer te leggen. Arie van den Berg sprak in NRC Handelsblad van "sublieme poëzie". Peter de Boer (Trouw) prees de beheerste vorm en de bewogen inhoud en noemde de gedichten gepassioneerd én subtiel.
|